Adri Ros – Rosemary Randall is een psychoanalytisch opgeleide ‘ecopsychologe’. Sinds haar twintigste, is zij betrokken bij de milieubeweging, en ontwikkelde de bekroonde ‘Carbon Conversations‘ project waarin zij een kleine-groep benadering gebruikt om mensen te helpen de uitstoot van koolstof te verlagen. Haar benadering ondersteunt de werkwijze van eco-teams, klimaatstraten en transitiegroepen.

Zij faciliteert workshops over klimaatverandering, communicatie en betrokkenheid van de gemeenschap en biedt consultancy aan bedrijven over het betrekken van medewerkers bij de CO2-verlaging. Rosemary Randall ziet in de samenleving drie maatschappelijke fenomenen die relateren aan de milieuproblematiek en/of de toenemende risico’s op dat vlak.

Winkelen om het winkelen

Als eerste de consumptiewoede, het winkelen om het winkelen, hobby nummer 1 van massa’s mensen. Randall interpreteert dit vanuit de psychologie als een vorm van geruststelling van zichzelf en ter verdringing van het besef dat het steeds slechter gaat met ons leefmilieu. Door te gaan kopen en te zien dat iedereen daar volop aan meedoet krijgt men het idee/gevoel dat alles nog wel oké is. Randall spreekt van manisch winkelgedrag: ongeduldig en opgejaagd op zoek naar de nieuwste spullen en de laatste kicks. Ook duidelijk zichtbaar in het media-aanbod met een overvloed aan nieuwe artikelen, auto’s, tuininrichting, life-style, mode tot aan complete ‘make-overs’  van huizen en mensen.

Risicovermijding door steeds meer regels

Een tweede fenomeen is de samenleving die zoveel mogelijk risico’s wil vermijden. Dit is merkbaar in de overvloed aan regels rond bijvoorbeeld voedselveiligheid, de voorschriften voor iedereen die in de verzorgingssector en het onderwijs werkt, het verbieden van alles wat maar enigszins een risico zou kunnen betekenen. Dit maakt ook dat dokters en welzijnswerkers meer en meer tijd besteden aan administratie en registratie omdat de overheid toch maar zeker wil zijn dat alles volgens het boekje gebeurt.

Het paradoxale is dat er wat de grote structurele zaken betreft zoals globalisering en vrij maken van wereldeconomie er steeds minder regels zijn.  Het lijkt een projectie of het handig inspelen op het algemene onzekerheidsgevoel in de maatschappij. We kunnen of willen blijkbaar de structurele oorzaken van onzekerheid niet aanpakken, dus verliezen we ons in eindeloze discussies over allerlei belachelijke ad hoc regeltjes zoals het verbieden van flippo’s bij chips.

Explosie psychische hulpverlening

Het derde fenomeen is de enorme groei van psychotherapeutische en alternatieve hulpverlening door de continue stijging van het aantal mensen dat hulp nodig heeft. Kinderen met ADHD, jongeren met zelfmoordneigingen, volwassenen met burn-outs, depressies, slaapproblemen, borderline, geweld in het gezin, opvoedingsproblemen, et cetera. Niet alleen het aantal gevallen, maar ook de ernst ervan neemt toe. Volgens Randall is dit een te verwachten patroon bij een ‘patiënt’ die de essentie en de ernst van het probleem ontkent.

Kinderlijke reacties op volwassen problemen

Een eerste stap is deze afzonderlijke fenomenen niet langer als ‘normaal’ en op zichzelf staand te bekijken, maar met elkaar te verbinden als drie reacties op de steeds groter wordende stroom van informatie over milieuproblemen die we eigenlijk liever niet willen horen. Randall bekijkt de planeet als’ moeder aarde’ en gaat na hoe wij als kinderen omgaan met de huidige bedreigingen. Dit zijn de verschillende houdingen die ze opmerkt:

De eisende kinderen. Zoals een kind zegt ‘ ik wil een koekje’ of ‘ik wil nu televisie zien kijken’ reageren veel mensen zo op de milieuproblemen. ‘Ik moet wel een auto hebben om naar het werk te gaan’. ‘Ik heb hard gewerkt dus moet ik met het vliegtuig op vakantie kunnen’. Een typische reactie van een vierjarige dat er vanuit gaat dat alles moet kunnen en er geen rekening moet gehouden worden met mogelijke grenzen of beperkingen. De idee van ”de natuur kan er wel tegen als ik vlees eet’ vertrekt van hetzelfde principe. Moeder aarde is onuitputtelijk en daar mogen we ongelimiteerd van gebruiken waar we zin in hebben.

De verongelijkte kinderen. Dit is eerder een lagere-school tijd reactie. ‘Waarom moet ik om acht uur naar bed, andere kinderen mogen langer opblijven’ of ‘waarom moet ik fruit eten, mijn vriendjes krijgen koekjes’. Hier is een uitgangspunt dat anderen meer mogen of kunnen. ‘Waarom zou ik minder autorijden, het grote probleem is toch China’ of ‘waarom mijn afval sorteren, de straat ligt toch vol rommel’. Zeer herkenbare argumenten als het over klimaat en milieu gaat. Onderliggende emotie is dat ‘moeder aarde’ onredelijke dingen vraagt en anderen privilegieert. Dat roept weerstand en verzet op.

De onwetende kinderen. De Engelse beschrijving is ‘whistling in the dark’. Het gaat over een houding van onverschilligheid en arrogantie. Het zijn het soort opmerkingen die de verantwoordelijkheid afschuiven op anderen. ‘Ach, ze vinden nog wel een technische oplossing’, ‘welk verschil kan ik in godsnaam maken’, ‘als het echt zo’n probleem is dan zouden ze ons wel een en ander verbieden’ of ‘het zijn allemaal doemdenkers die er plezier in hebben om ons bang te maken’. Waarschijnlijk opmerkingen die je al eens gehoord hebt in gesprekken met buren of vrienden. ‘Is mijn kamer een rommeltje, ach, laat mijn moeder maar klagen, ze zal het wel opruimen.’ ‘Is klimaat een bedreiging, ach, iemand anders komt wel met oplossingen.’

Dit zijn allen ‘onvolwassen’ reacties. Er is geen relatie tussen moeder en kind die uitgaat van betrokkenheid en zorg voor elkaar. Vandaar dat in de aanpak die Randall gebruikt sterk de nadruk ligt op het uitwerken van een ‘volwassen’ relatie, een andere manier dus om naar de planeet en haar hulpbronnen te kijken.

Wat helpt?

Rosemary stelt voor om ‘veilige ruimten’ te creëren waar mensen zich vrij gaan voelen om complexe emoties en problemen te verkennen. Een voorwaarde voor het duurzaam ontwikkelen van nieuw volwassen gedrag, zonder angst voor oordelen. Zij pleit voor meer persoonlijke en fantasievolle acties in het werken met mensen uit hun individuele en/of familie omgeving.

Carbon Conversations spel

Twee voorbeelden uit haar eigen werk zijn de 20 minuten ‘Carbon Footprint interview ‘, en de ‘Carbon Conversations’. De eerste is uitgevoerd met meer dan 3.000 mensen in Cambridge en is een niet-oordelend, verkennend gesprek , gebaseerd op technieken van ‘Motivational Interviewing’, over de relatie van iemands levensstijl met de wereldwijde uitstoot van CO2.

Het project ‘Carbon Conversations’ ondersteunt mensen, in kleine groepen, bij het maken van belangrijke verminderingen van hun koolstofemissies en energiemindering.  Door aandacht te besteden aan de moeilijke, emotionele kanten van verandering, eerder dan ze te negeren.